Kunst, kunst, overal kunst!

De imposante hal van het Kunsthistorisches Museum in Wenen
De imposante hal van het Kunsthistorisches Museum in Wenen

Afgelopen tijd verbleef ik in Wenen, waar ik al een paar keer eerder over schreef. In de Oostenrijkse hoofdstad raak je niet uitgekeken en ik zou week in week uit verhalen kunnen schrijven over de kunst en cultuur aldaar.
Waar ik het nog niet over gehad heb zijn de kunstcollecties die de stad Wenen rijk is. Het voornaamste museum in Wenen is in mijn optiek het Kunsthistorisches Museum, dit is een echte must voor liefhebbers van historische schilderkunst. Het begint met de imposante entree waar je als bezoeker echt wordt overdonderd. Een trappenhuis gedecoreerd met prachtige standbeelden waaronder een enorme sculptuur van Canova. De muren rondom zijn beschilderd met portretten van kunstenaars waarvan in de rest van het museum werken te zien zijn. Een deel van deze schilderingen in de enorme hal zijn gemaakt door Gustav Klimt en dat maakt het nog bijzonderder.
Het gaat nu eigenlijk te ver om een totaaloverzicht te geven van de voornaamste schilderijen die in Kunsthistorisches Museum hangen. Het varieert van topstukken uit de Italiaanse renaissance van ondermeer Rafael en Titiaan, Italiaanse Barok met werken van Caravaggio, de grondlegger van deze stroming, tot Vlaamse en Hollandse Meesters uit de zeventiende eeuw. Opmerkelijk zijn hierbij de zalen met enorme doeken van Peter Paul Rubens en zijn beroemde assistenten Athony van Dijck en Jacob Jordaens, die onder en boven elkaar hangen anders zou er geen plek genoeg voor ze zijn.

De Hollandse schilderkunst uit onze Gouden Eeuw kenmerkt zich door een aardig aantal werken van Rembrandt waaronder drie zelfportretten van hem op leeftijd. Het aangename van deze ‘Rembrandtzaal’ in Wenen is dat het er tijdens mijn recente bezoeken heel rustig was en ik geen last had van drukte toen ik deze ‘Late Rembrandts’ bewonderde. Heel anders dan bij de gelijknamige tentoonstelling in het Rijks in Amsterdam waar je schouder aan schouder staat.

'De Arts' van Gerard Dou
'De Arts' van Gerard Dou

Vervolgens zijn er talloze kleinere zalen waar bekende Hollanders hangen waarbij de allegorische tafereeltjes, zoals het werk ‘De Arts’ van Rembrandt’s leerling Gerard Dou, een glimlach bij mij opriepen. Het schilderij laat een soort schertsdokter zien die ook bekend is uit de kluchten en blijspelen van onder andere Brederode. De dokter had in de 17de eeuw bij veel mensen niet veel aanzien en stond gelijk aan een kwakzalver. Gerard Dou laat hem in een fles met urine kijken alsof het mogelijk was om hier een medische klacht uit af te lezen (wat in die tijd niet kon). De minderwaardige bijnaam voor zo’n arts was dan ook wel ‘piskijker’.

Een zaal verder sta je opeens voor het beroemde schilderij ‘De Schilderkunst’ (1668) van Johannes Vermeer waarbij je een schilder vanaf de rug ziet die aan het werk is. Is het Johannes Vermeer zelf? Hij schildert de muze Clio die ook als model op het schilderij te zien is. Het werk roept talloze vragen op en veel zaken die afgebeeld zijn blijven eigenlijk een mysterie. Wat doet bijvoorbeeld de landkaart op de achtergrond van het schilderij daar? En waarom staan hier de Nederlanden in zijn geheel op, dus zowel de Noordelijke als de Zuidelijke Nederlanden nog verenigd? Vermeer schildert de Nederlanden dus nog voor het Plakaat van Verlatinghe, het moment dat we nog onder de heerschappij van de Habsburgers stonden. De kandelaar op het werk toont ons ook de dubbelkoppige adelaar, het wapen van de Habsburgers. Heel leuk om dit te ontwaren in Wenen, de plek waar de Habsburgse keizers jarenlang hun domicilie hadden.

Zogezegd zijn er teveel werken in dit indrukwekkende museum om allemaal op te noemen. De meeste herkenning roept waarschijnlijk wel de verzameling schilderijen van Pieter Breughel op waarvan wellicht de ‘De Boerenbruiloft’ en de ‘Boerendans’ de allerbekendste zijn. Ik vermoed dat deze werken bij het grote publiek zo veel herkenning oproepen omdat ze ooit op grote schaal als placemat gebruikt werden in Hollandse pannenkoekenrestaurants .

Als je de gehele schilderijencollectie bekeken hebt dan ben je nog lang niet klaar met het Kunsthistorisches Museum. Je kunt je nog naar verschillende andere afdelingen waaronder Egyptische kunst, de Griekse en Romeinse kunst. Een afdeling met zalen waar ook geen einde aan lijkt te komen is de zogenaamde ‘Kunstkammer’ waar de historische kunstnijverheidsverzameling tentoon wordt gesteld; vazen, kandelaars, sculpturen en nog veel meer staan in talrijke grote vitrines opgesteld. Een hoogtepunt hier is het ‘Zoutvat’ van de Italiaans Renaissance meester Benvenuto Cellini. Je moet er van houden, maar uit goud heeft de edelsmid Cellini met veel symboliek een ‘zoutvat’ gemaakt dat met name door zijn uitbundigheid opvalt. Zout kwam in die tijd uit de zee en dan is het niet verwonderlijk dat hij onder meer Neptunus, de god van de zee, een plaats op dit kunstwerk heeft gegeven. 12 Jaar geleden hebben dieven het zelfs uit het Kunsthistorisches Museum gestolen. Maar ze kwamen erachter dat ondanks de waarde het onverkoopbaar bleek. Uiteindelijk werd het gerold in kranten onder een bed in een huis in Wenen terug gevonden.

Zo heeft elk kunstwerk in dit museum wel een verhaal en mocht je ooit naar Wenen gaan dan mag je het Kunsthistorisches Museum niet overslaan!


Marcel Verhoeven

Europakenner