Een Keizerlijke wandeling op een Koningsdag

Terwijl iedereen in Nederland zich gisterenochtend aan het warmlopen was voor de ‘Koningsdag’, maakte ik me op voor een wandeling door Wenen, de voormalige hoofdstad van het Habsburgse Keizerrijk.
Ooit was Nederland ook nog eens een onderdeel van dit grote rijk en had het zomaar gekund dat, als we het niet aan de stok hadden gekregen met die Habsburgers, die toen trouwens nog in Spanje hun hoofdzetel hadden, we nu nog een onderdeel waren geweest van de zogenaamde Oostenrijkse Nederlanden. Dit laatste gold trouwens wel lange tijd voor het huidige België, dat een hele poos onder de heerschappij stond van de Habsburgse Keizer. Tja, dus als de geschiedenis anders had gelopen hadden we één keer per jaar ‘Keizersdag’ in plaats van ‘Koningsdag’ gevierd en dan zou midden in het centrum van onze hoofdstad waarschijnlijk op het hoogste punt, bijvoorbeeld op de Westertoren, groot de kroon van onze Habsburgse Keizer prijken. Het leuke is dat dit inderdaad het geval is en op deze eervolle plek al eeuwen lang de Habsburgse kroon staat.

Terug naar mijn wandeling die ik startte bij het Hilton Hotel Vienna Plaza, waar ik verblijf. Dit hotel is prominent gelegen aan de Schottenring, een deel van de bekende Weense Ringstraße die midden door het centrum loopt. Ik besloot mijn dochters Chloé en Alizia in hun comfortabele kinderwagen mee te nemen. Alizia reageerde al na enkele tientallen meters wandelen enthousiast toen ze in de etalage van de Vitra Meubelwinkel kleine designstoelen speciaal voor kinderen zag staan. Zij wilde wel graag in een kinderversie van de Verner Panton stoel zitten en aan die wens kwam ik natuurlijk tegemoet.
Toen we onze wandeling vervolgden passeerden we op de Ringstraße de Japanse Ambassade die herkenbaar is aan hun nationale witte vlag met de rode cirkel. Ik zag dat er allerlei culturele dingen worden georganiseerd en dat is wellicht leuk voor een volgende keer. Vervolgens kuierden we langs een modern gebouw dat niet alleen door zijn strakke ontwerp maar ook door zijn omvang opviel; het was de juridische faculteit van de Universiteit van Wenen. Studenten liepen af en aan want er bleek een soort verkiezing gaande te zijn voor de juridische studentenraad en grote posters van studentkandidaten sierden de gevels van de omliggende straten.

Toen ik daarna links af sloeg, passeerde ik verschillende 18de en 19de eeuwse stadspaleizen. Palais Ferstel, waar ooit de Oostenrijkse-Hongaarse Bank in de Habsburgse tijd in was gevestigd, is tegenwoordig een winkelpassage en als je daar doorheen wandelt, waan je je even in ver vervlogen tijden. Aan de overzijde hiervan zijn twee  historische panden met een glazen luchtbrug met elkaar verbonden. Wat staat er nou op deze glazen passage geschreven? “Building Bridges – Eurovision Songcontest 2015 Vienna”.  Ik begrijp dat Oostenrijk het songfestival verleden jaar heeft gewonnen en dus dit jaar, waarschijnlijk zeer binnenkort, het muziekfestijn mag organiseren. Maar waarom ‘bouwen ze dan bruggen’? Pas straten verder had ik het door want op een grote reclameposter, die ik trouwens later nog verschillende malen zag, staat in de setting van een schilderij van Klimt een vrouw met een koddig zwart baardje en ik herinner me dat het laatste songfestival gewonnen is de door de Oostenrijker, of was het een Oostenrijkse? De naam van de gelukkige winnaar was Conchita Wurst en dat baarde (leuke woordspeling trouwens) internationaal toen veel opzien. Ik geloof dat Wenen met zijn behoudende en conservatieve imago dus nu de ‘bruggenbouwer’ wil zijn als het om transsexuelen en transgenders gaat. Leuk dus om tijdens het songfestival voor- en tegenstanders hiervan in de Oostenrijkse hoofdstad bij elkaar te brengen. Polemieken zijn in Wenen niet vreemd, want toen ik hierna op de Michaelerplatz aanbelande stond ik voor het kantoorpand dat in 1910 gebouwd is door de architect Adolf Loos en wat toen ook heel veel kritiek en tegenstand opriep. Met name de traditionele inwoners van Wenen, waaronder de hele kliek rond de keizer, schreeuwden moord en brand vanwege het feit dat dit nieuwe winkelpand van de kleermakers Goldmann & Salatsch geen traditionele ornamenten en inderdaad helemaal geen enkele versiering had. Het zou zogenaamd ‘vloeken’ met de tegenoverliggende paleisgevels van de statige Hofburg. Zelfs keizer Franz-Jozef zou de gordijnen van zijn paleis aan de zijden van de Michaelerplatz nooit meer hebben opengedaan om maar niet naar het verfoeilijke ‘Looshaus’ te hoeven kijken. Vandaag de dag kun je je eigenlijk niet meer voorstellen waar men zich 100 jaar geleden druk over maakte. Zou dat over een eeuw ook voor Conchita Wurst gelden?

Terwijl ik langs de stallen van de befaamde Spaanse Rijschool liep, zag ik op een meter van mij vandaan een typerend wit Lippizaner-paard een beetje verveeld uit zijn stal hangen. Ik wandelde langs de Augustinerkerk alwaar het beroemde praalgraf van aartshertogin Marie Christine zich bevindt, dat gemaakt is door Antonio Canova. Ik ging dit keer niet naar binnen om het te bewonderen omdat ik dat zes weken geleden al heb gedaan met Alizia. Ik passeerde verschillende musea waaronder het Theatermuseum, het Filmmuseum en het Albertina-Museum. In het laatste museum bevindt zich het bekende ‘Haasje’, de beroemde gravure van Albrecht Dürer, die trouwens niet ver hier vandaan als enorme sculptuur dit deel van de straat siert.

Nu kon ik letterlijk en figuurlijk niet meer om het gebouw van de Staatsoper heen. Dit 19de eeuwse neo-barokke gebouw is de plek waar menige beroemde opera ooit zijn première beleefde en waar grote dirigenten dirigeerden. Als een taartpunt had ik nu een stuk van de Ringstraße, die dus letterlijk om het oude centrum loopt, afgesneden. Ik stak hem over bij de Kärtnerring en arriveerde nu vrij vlot op de Karlsplatz, een plein waar een paar interessante monumenten aan zijn gelegen. De Laat-Barokke Karlskirche is misschien wel het meest in het oogspringend en daaraan heeft het plein ook zijn naam te danken. De metro-stations van Otto Wagner, die hij ontwierp aan het eind van de 19de eeuw in de typische Oostenrijkse Jugendstil, mag je ook niet overslaan. Toen ik verder om mij heen keek zag ik het gebouw van de Musikverein en hoorde in mijn gedachte al de ‘Radetzkymarz’ die hier altijd als hoogtepunt van het jaarlijks terugkerende Nieuwjaarsconcert wordt gespeeld.

Alizia had inmiddels een speeltuin gevonden op de Karlsplatz en leefde zich hier uit op de glijbaan. Terwijl zij zich amuseerde zag ik in de nabijgelegen vijver een beeld van de klassiek-moderne beeldhouwer Henri Moore. Alles bij elkaar is dit deel van Wenen echt een hoogtepunt van de stad, met vele monumenten en bezienswaardigheden.

Niet ver achter de Karlskirche is de Schwarzenbergplatz gelegen, tegenwoordig een belangrijk verkeersknooppunt van de stad, waar een sculptuur van een Russische soldaat hoog in de lucht het verkeer lijkt te regelen. Ik liep er gisteren langs en liep verder over de Prinz-Eugen-Straße. De naam van de voormalige legeraanvoerder, waar deze straat naar genoemd is, spreek je niet uit op z’n Frans maar op z’n Duits; je zegt dus Prins ‘Oiken’. Hij was mede verantwoordelijk voor het verslaan van de Turken die voor Wenen stonden en ook voor de bouw van de Belvedere, het paleis waar ik nu bijna was aanbeland.

Tegenwoordig huisvest deze zogenaamde Oberste Belvedere de Österreichische Galerie met als hoogtepunt van de collectie het schilderij “De Kus” van Gustav Klimt.
Aangekomen bij het genoemde museum voelde ik mijn voeten wel langzaam een beetje en besloot ik eerst het museumrestaurant op te zoeken alvorens ik de kunstwerken van Klimt, Schiele en andere beroemde Oostenrijkers zou gaan bekijken. Wat leuk! Judith zat me hier op te wachten, zij was met de taxi deze kant opgekomen en heeft dus alleen vliegensvlug alle bezienswaardigheden die ik noemde aan haar voorbij zien schieten.

We bekeken met z’n allen de museumcollectie en ik hoorde van Judith dat de plannen voor deze dag iets gewijzigd waren. Ik hoefde niet meer terug te lopen want mijn wandeling zette zich na het museumbezoek voort naar de nabijgelegen Hauptbahnhof waar we de trein zouden gaan nemen naar Bratislava. Ik wist dat we hier naar toe zouden gaan dezer dagen, maar de reis naar Slowakije heeft Judith een dag vervroegd. Mijn ontdekkingstocht zette zich op deze manier in de loop van deze Koningsdag in een heel ander land en in een hele andere stad voort.


Marcel Verhoeven

Europakenner