Elke tijd zijn eigen kunst

Verenigingsgebouw van de Wiener Secession
Verenigingsgebouw van de Wiener Secession

Afgelopen week was ik even niet op reis in het buitenland, maar vertoefde ik wel in een hotel, namelijk in het Van der Valkhotel in Breukelen waar ik een tweedaagse cursus gaf over het thema ‘Art Nouveau en Jugendstil’. Tijdens verschillende presentaties, die ik over een aantal dagdelen had verspreid, vertelde ik mijn toehoorders over alle facetten van deze interessante kunststroming die floreerde tussen 1890 en 1910. Een kunstbeweging die zich onder meer kenmerkt door het gebruik van ornamenten die bestaan uit asymmetrische lijnen ontleend aan de vormentaal van de natuur en met bouwwerken die haaks staan op de bestaande (bouw)traditie.
Mijn eerste lezing van de reeks was een proloog waarin ik een beeld schetste van wat aan de Art Nouveau-periode vooraf ging. De hele 19de eeuw was, met name in de bouwkunst, een tijdvak waarin architecten oudere bouwstijlen kopieerden en herhaalden in hun eigen bouwkundige creaties. In talloze Europese steden verschenen in de 19de eeuw talrijke neo-classistiche bouwwerken die je direct kunt herkennen aan de klassieke zuilen, een fronton en ander elementen uit de Griekse oudheid. Kortom de 19de eeuwse architectuur was met name een herhaling van wat de geschiedenis al eens had voortgebracht.

Berlijn, de stad waar ik een groot deel van het jaar verblijf, staat vol met neo-classistische bouwwerken zoals het Altes Museum, de Neue Wache, het Schauspielhaus, overigens allemaal van de hand van Karl Friedrich Schinkel, een echte man van de neo-stijlen. Schinkel was naast architect ook een niet onverdienstelijk schilder en in de onderwerpen van zijn schilderijen toonde hij zich ook een groot van fan van de oude bouwkunst en dan met name van de (neo-)gotiek. Omvangrijk geschilderde gotische fantasiekathedralen bevestigen zijn liefde voor oudere bouwkunst uit het verleden. Niet erg origineel zou je zeggen.

Eind van deze week zal ik weer in Wenen zijn, de stad waar ik verleden maand ook al een tijdje verbleef. In deze stad vind je ook vele voorbeelden van gebouwen in historische neo-stijlen. De zogenaamde Weense Ringstrasse werd in de tweede helft van de 19de eeuw volgebouwd met imposante gebouwen die qua bouwkunst geheel in de traditie teruggrepen op oudere stijlen. Zo kunnen we vandaag de dag hiervan onder andere een neo-classistisch parlementsgebouw, een neo-gotisch raadhuis en een neo-barok Kunsthistorisch Museum op dé bekende pronkboulevard in het centrum van de Oostenrijkse hoofdstad zien.

Op dit herhalen van al deze bouwstijlen uit het verleden komt aan het eind van de 19de eeuw een reactie in de vorm van de Art Nouveau, die trouwens ook wel Jugendstil wordt genoemd, een andere naam voor dezelfde stroming.

In Wenen ging een jonge groep kunstenaars en architecten onder leiding van de schilder Gustav Klimt mee in deze ontwikkeling met hun eigen variant van de Art Nouveau, die in Oostenrijkse ook wel ‘Secession’ wordt genoemd. Het meest in het oogspringend is hun verenigingsgebouw, ook wel Secessiongebouw genoemd, dat niet ver van de Ringstrasse door hen gebouwd werd. Dit Secessiongebouw is echt een contrast met de genoemde neo-gebouwen in de omgeving. Het bouwwerk, waar de Weense Art Nouveau-aanhangers bij elkaar kwamen om hun ideeën over de ‘nieuwe kunst’ met elkaar te delen, valt op door allerlei florale versieringen waaronder geschilderde bloemen op de hoeken en een symbolische vergulde koepel van laurierbladeren. Ook heeft het Secessiongebouw allerlei teksten op de gevel waarbij de twee zinnen boven de entree misschien wel het opvallendst zijn. Hier staat hun motto geschreven: “Der Zeit ihre Kunst, der Kunst ihre Freiheit" waarbij zij eigenlijk hun afschuw over de voorafgaande neo-periode uitspreken en willen zeggen dat elke tijd zijn eigen(-tijdse) kunst dient voort te brengen. En ook moet je als kunstenaar voor je vrijheid te kiezen en niet in een keurslijf van vervlogen tijden te blijven hangen. Prachtige gedachtes die mede geleid hebben tot vernieuwende en moderne kunst in de afgelopen 120 jaar.
Terwijl ik zaterdag aan het eind van de middag, na twee dagen enthousiast te hebben verteld over de Art Nouveau, voldaan het hotel uit liep waar ik de cursus had gegeven keek ik nog even om. Het hotelgebouw leek ‘ontsnapt’ uit het verre oosten en de Chinese pagodes en Aziatische ornamenten contrasteren met het oer-hollandse Breukelse landschap. Ik weet niet of de Weense Art Nouveau-artiesten dit bedoelden met de ‘artistieke vrijheid’ waar ze een eeuw geleden op hun verenigingsgebouw over schreven. 

 

Marcel Verhoeven

Europakenner