Waar is De Zilvervloot?

Penning met afbeelding van de verovering van de Zilvervloot
Penning met afbeelding van de verovering van de Zilvervloot

Mijn mysterieverhaal van verleden week ging over de waardevolle schat van de Zilvervloot die wij als jonge Nederlandse Republiek ooit buit maakten op Spanje en waarover nog altijd een groot mysterie bestaat.
Eerst moeten we hiervoor terug naar de 17de eeuw; alle kostbaarheden van de Zilvervloot werden tijdens de tocht naar Amsterdam goed bewaakt en er werd voortdurend opgelet dat niemand van de bemanning ook maar iets achterover kon drukken. Bij aankomst in Nederland werd alles in eerste instantie naar het hoofdkwartier van de WIC in het West-Indisch Huis in Amsterdam gebracht en in de kelders aldaar opgeslagen. Natuurlijk kreeg een aantal belanghebbenden hun deel, maar er werd niet massaal spreekwoordelijk ‘voor sinterklaas gespeeld’. Piet Hein kreeg ‘slechts’ 7000 gulden voor de moeite en de leden van zijn bemanning ieder 200 gulden, dat was ongeveer 17 maanden extra gage. Één van de kapiteins, Witte de With, vond zelfs openlijk dat hij veel te weinig had gekregen voor de heldhaftige daad die hij had uitgevoerd. Alhoewel de matrozen die meegeholpen hadden met de verovering van de Zilvervloot extra gage hadden ontvangen probeerden zij toch in 1629 uit onvrede over hun geringe vergoeding de buit uit het West-Indisch Huis te stelen. Dit lukte hen echter niet en de Zilvervloot bleef veilig op zijn plaats liggen.

Ondanks het feit dat men dus maar mondjesmaat stukjes van de Zilvervloot aan het uitdelen was moest een klein deel van de Zilvervloot gebruikt worden om de aandeelhouders van de WIC dat jaar meer dividend uit te keren. Maar het lijkt bij nader onderzoek erop dat het aller grootse deel zogezegd in het West-Indisch Huis bewaard bleef.

De persoon die daadwerkelijk mocht beslissen wat er met de kostbaarheden van de Zilvervloot moest gebeuren was de stadhouder van De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. De stadhouder op dat moment was Frederik Hendrik van Oranje, zoon van Willem van Oranje. Hij had enige jaren eerder zijn halfbroer Maurits opgevolgd en leidde de vrijheidsstrijd tegen Spanje. De eerste keer dat hij waarschijnlijk een beroep deed op de rijkdommen van de Zilvervloot was voor een strijd in 1626, toen hij Den Bosch met succes veroverde. Daarna zal Frederik Hendrik nog regelmatig een appel doen op delen van de Zilvervloot voor de verschillende veldslagen die tijdens de 80-jarige oorlog plaatsvonden. Als een jaar na de dood van stadhouder Frederik Hendrik de Vrede van Münster (1648) wordt getekend zullen vanwege de zuinige en berekende mentaliteit van de stadhouder de reserves van de Zilvervloot zeker niet verder verbruikt zijn, want ook hij zal wel gedacht hebben ‘wie wat bewaart, die heeft wat’. Er zijn overigens ook geen documenten te vinden waarin verdere uitgaven genoteerd zijn.

De vraag rijst nu ‘wat is vervolgens na de Vrede van Münster met het enorme overgebleven deel van de Zilvervloot gebeurd en wie heeft uiteindelijk het merendeel van de Zilvervloot in handen gekregen?’ Dit zilver en goud kan niet zomaar in de eeuwen daarna ‘verdampt’ zijn en moet waarschijnlijk zelfs nu nog ergens te vinden zijn. Frappant is echter dat er voor zover ik weet geen geschreven bronnen zijn die melding maken van wat er na de dood van Frederik Hendrik met de Zilvervloot heeft plaats gevonden. Waarschijnlijk heeft zijn zoon Willem II van Oranje het geërfd. Door zijn huwelijk met Mary Stuart wordt deze stadhouder Willem II ook koning van Engeland en hoeft hij vanwege zijn zeer gunstige financiële situatie de Zilvervlootreserves niet echt aan te spreken. Dit geldt ook voor zijn zoon Willem III die als stadhouder van de Nederlanden en Koning van Engeland ook over genoeg vermogen beschikte. De Zilvervloot werd waarschijnlijk echt een soort reuze ‘spaarpotje’ voor eventueel slechtere tijden.

Zoals ik al schreef wordt er nooit meer iets van de Zilvervloot vernomen. In de kelders van het West-Indischhuis ligt het op een gegeven moment niet meer, maar ‘zo maar’ verdwenen lijkt mij onwaarschijnlijk. Goud en zilver zijn edelmetalen en kunnen de tand des tijds buitengewoon goed verdragen. Als de vele duizenden kwetsbare schilderijen uit de zeventiende eeuw nu nog in musea te bewonderen zijn dan moet het toch ook mogelijk zijn om de Zilvervloot, of althans een deel daarvan, te kunnen zien. Maar het lijkt er meer op dat de Zilvervloot bewust aan het zicht is ontrokken door invloedrijke mensen die er over konden beschikken. Waarschijnlijk heeft men de rijkdom deels anders geïnvesteerd en/of tastbare zaken van de Zilvervloot ergens anders ‘verstopt’.

De Zilvervloot staat tegenwoordig dus synoniem voor sparen en ik vermoed ook dat een (groot) deel van de 17de eeuwse zilvervloot gespaard is, alleen waar en door wie dat is een mysterie. Ik ben heel benieuwd wie mij verder kan helpen om dit mysterie te ontrafelen. 

 

Marcel Verhoeven, Mysteriekenner           

verhoeven@mysteriekenner.nl