Inschrijfformulier KUNSTSTAD voorjaar 20
Adobe Acrobat document [435.9 KB]
Download

Foto's KUNSTSTAD Matinée Exclusive voor Amici, voorjaar 2012

De nieuwste columns

Columns van Marcel Verhoeven

do

08

mrt

2012

Aardappelen en kunst

Jörg Immendorff Jörg Immendorff

Van de week schreef ik over de Duitse kunstenaar Anselm Kiefer (geb. 1945) die werken maakt die verwijzen naar de Duitse geschiedenis, zoals de genoemde legendarische Hermanns-Schlacht. Je wordt inderdaad bij Kiefer steeds herinnerd aan het oorlogsverleden van Duitsland. Anders is het bij zijn collega Jörg Immendorff. Immendorff studeerde ook bij Joseph Beuys op de kunstacademie in Düsseldorf. Hij is waarschijnlijk het meest beïnvloed door Beuys, want hij was overtuigt dat kunst er was voor het volk. In de jaren zestig was Immendorff een overtuigde Mao-aanhanger en gebruikte zijn politieke mening ook als onderwerp in zijn schilderijen.

 

Kunst hoort volgens Immendorff onder het proletariaat te verkeren. Hij zei zelfs ooit: ‘Kunst moet de functie van de aardappel overnemen’. Of hij dit standpunt tot het eind van zijn leven is blijven behouden is mij onbekend. Zijn werken in de serie ‘Café Deutschland’ uit eind jaren ’70 geven de problematiek rond het gedeelde Duitsland weer. In figuratieve expressieve schilderijen vereeuwigt hij Duitsland als een louche kroeg, waar belangrijke personen uit de politieke en culturele wereld rond de Stammtisch zitten. Het café en zelfs de stamtafel worden regelmatig op deze schilderijen gescheiden door de beruchte muur of een prikkeldraadversperring om symbolisch de tweedeling van Duitsland weer te geven.

 

Op verschillende schilderijen zien we een man met een baard en een uitgestoken hand door de muur. Dit is de in de DDR wonende kunstenaar A.R. Penck, waar Immendorff in 1976 bevriend mee raakte. Vanaf de jaren negentig was Immendorff een gevierde kunstenaar in Duitsland. Hij werd, net als zijn leermeester Beuys ooit was, professor op de toonaangevende kunstacademie in Düsseldorf. Door een zeldzame zenuwziekte waar Immendorff al vele jaren aan leed, overleed hij op 28 mei 2007 op 61 jarige leeftijd. Eén van zijn laatste belangrijke opdrachten was een officieel portret van oud-kanselier Gerhard Schröder.

 

Immendorff was best wel een beetje controversiële man. Hij wist de media te bespelen en haalde de Duitse kranten toen hij in 2000 met een dertig jaar jongere vriendin trouwde. En nog opzienbarender was een feest dat hij in 2003 in een Düsseldorfse hotelkamer gaf. Het was een wilde party met prostituees en cocaïne. Dit beeld van een stoere hedendaagse kunstenaar die zich gedroeg als een popidool volgens het principe van ‘sex, drugs en rock and roll’ was moeilijk te verenigen met de breekbare zieke man die hij aan het eind van zijn leven was.

 

 

0 commentaren

vr

02

mrt

2012

Schilderen is oorlog

Anselm Kiefer Anselm Kiefer

Al eerder schreef ik over de kunstenaar met de viltenhoed, zo werd Joseph Beuys ook wel genoemd. Deze naoorlogse Duitse kunstenaar is voor Duitsland zeer belangrijk geweest, hij wist het land na het donkere nazi-verleden weer op de kunsthistorische kaart te zetten. Duitsland begon in de jaren ’60 dankzij Beuys eindelijk weer een beetje mee te tellen. Vanaf eind jaren veertig had zich het centrum van de moderne kunst namelijk verplaatst van Europa naar Amerika. Beuys, met in zijn kielzog zijn leerlingen, haalden de moderne kunst weer een beetje terug naar Europa. Men zegt ook wel eens dat Beuys het zelfbewustzijn onder de Duitse kunstenaars weer wist terug te brengen. Er stond een nieuwe generatie kunstenaars op zoals Baselitz, Penck, Lüpertz, Kiefer, Immendorf, die een weerstand ging bieden aan de over-kill van ‘internationale’ kunst of beter gezegd Amerikaanse kunst.

 

Deze naoorlogse kunstenaars worden tot het Neo-Expressionisme gerekend en zij namen op een bepaalde manier verantwoording voor het nazi-verleden. Soms door op een rauwe en expressieve manier soldatenhelmen, adelaars en ander typerende historische zaken uit de 20ste eeuwse geschiedenis te schilderen. Ook durfde men een ode te brengen aan de Teutoonse helden. Deze groep kunstenaars trof vanwege hun geboortejaar (vaak tijdens of na de oorlog) geen blaam. Zij durfden de Tweede Wereldoorlog in hun schilderijen als onderwerp te gebruiken, in een tijd waarin het fascisme voornamelijk werd verzwegen.

 

Anselm Kiefer (geb.1945), één van de schilders van deze groep en tevens leerling van Beuys, schildert of beter gezegd ‘fabriceert’ enorme dikke materie-schilderijen. Kiefer gebruikt vaak de term verschroeide aarde. Om een akelige sfeer bij zijn schilderijen op te roepen gebruikte hij vaak stro, as, klei en lood als materialen om zijn kunstwerken te maken.

In zijn werken toont Kiefer een soort haat-liefde verhouding met de Duitse geschiedenis.

Hij maakte bijvoorbeeld grote zwart-wit portretten van historische figuren uit de Duitse geschiedenis met in de titels de term 'HermannsSchlacht'; een verwijzing naar een Teutoonse oerheld uit de Duitse geschiedenis.

 ‘Malen ist krieg’ (schilderen is oorlog) blijkt Kiefer ooit gezegd te hebben.

 

 

Een kijkje in het atelier van Kiefer in Zuid Frankrijk, waar hij van 1991 tot en met 2008 werkte.

0 commentaren

di

28

feb

2012

Vilt, vet en tartaren

Joseph Beuys Joseph Beuys

Eén van de meest invloedrijke naoorlogse kunstenaars in Europa is hoogst waarschijnlijk wel Joseph Beuys. Deze Duitse kunstenaar, die niet ver over de Nederlandse grens in het Duitse Krefeld is geboren in 1921 en opgroeide in Kleef, hield zich met vele disciplines van de kunst bezig, variërend van beeldhouwen, schilderen, tekenen en zogenaamde performances. Met name door deze laatste kunstvorm, waarmee hij vaak veel opzien baarde, werd Beuys een toonaangevende kunstenaar.

 

Het is vooral het verhaal dat hij vertelde over zijn belevenissen tijdens de Tweede Wereldoorlog dat opviel. Hij was als Duitse soldaat in dienst bij de Lufwaffe en tijdens een missie in 1943 werd zijn vliegtuig boven de Krim neergeschoten. Alhoewel Beuys het ongeluk overleefde raakt hij in coma en zou hij onder de wrakstukken bijna doodgevroren zijn. Zijn verhaal is dat hij werd gevonden door Tartaren, het nomadische ruitervolk dat in dit gebied leeft, en die smeerde Joseph in met vet en wikkelde hem in vilt om hem warm te houden. Deze actie heeft hem uiteindelijk het leven gered. Uiteindelijk ontwaakte Beuys later in een Duits veldhospitaal. Dit verhaal, dat eigenlijk een persoonlijk mythe is geworden, is bepalend geweest voor het leven en werk van Joseph Beuys. Voortdurend zie je vilt en vet in zijn kunstwerken terugkomen.

 

Vilt als persoonlijk kenmerk van Beuys zien we ook terug komen in de vilten hoed waarmee de kunstenaar in de naoorlogse jaren voortdurend verscheen. Op deze wijze was hij echt een markante persoonlijkheid. Nadat hij zelf eerst student was op de kunstacademie in Düsseldorf wordt hij in de jaren ’60 een toonaangevende ‘professor’ op dit instituut. Veel bekendheid kreeg Beuys door dat hij een belangrijk lid van de Fluxus-beweging werd. Vooral zijn zogenaamde ‘Aktionen’, het Duitse woord van performances waren een belangrijk onderdeel van zijn oeuvre. Zo liet hij zich ooit als ‘Aktion-kunstwerk’ opsluiten in een galerie met een coyote, een wilde prairiehond, en meende dat hem niets zo overkomen omdat hij ook sjamaan was.

Een bijzondere persoonlijkheid.

 

0 commentaren

wo

22

feb

2012

Weeshuis weg, wegwezen

Aldo van Eyck Aldo van Eyck

Laatst was ik weer eens in het Amsterdam Museum, zoals het Amsterdams Historisch Museum tegenwoordig heet.

Het Amsterdam Museum is sinds 1975 gevestigd in de gebouwen van het voormalige Burgerweeshuis. De gevels, de poorten, de regentenkamer en de jongens- en meisjesbinnenplaats herinneren nog steeds aan het weeshuis. Het Burgerweeshuis werd omstreeks 1520 gesticht in een huis aan de Kalverstraat. In 1579 verhuisde het naar het voormalige St. Luciënklooster, dat op de plaats van het huidige museum stond. Het middeleeuwse St. Luciënklooster werd na de reformatie door het protestante stadsbestuur geconfisqueerd en kreeg een nieuwe functie als weeshuis. Toch treft u hier nergens oude middeleeuwse kloostergebouwen aan want die werden geleidelijk aan afgebroken en in de 17de eeuw vervangen door nieuwbouw. Sommige details doen nog herinneren aan de tijd dat het een weeshuis was, zoals een reliëfplaat met weesjongens uit 1581 boven de ingang aan de zijde van de Kalverstraat. In 1960 kreeg Aldo van Eyck (1918-1999) opdracht om een nieuw weeshuis te bouwen. Van Eyck bouwde een gebouwencomplex geïnspireerd op Afrikaanse volksarchitectuur zoals bijvoorbeeld de kashba’s te Mali. Er ontstond aan het IJsbaanpad (hoek Amsteleveenseweg) in Amsterdam-Zuid een cluster van gebouwen waarin de weeskinderen werden ondergebracht. Van Eyck verwierf met dit structuralistische project internationale bekendheid. Van 1960 tot 1991 was het complex als zodanig in gebruik en gelukkig werd het daarna van de sloperhamer gered. Hoewel het tegenwoordig een kantoorfunctie heeft kunnen we toch nog goed een beeld krijgen hoe de architectuur inclusief de vernieuwend ideeën van een gerenommeerde architect eruit zagen. Immers niet alleen de oude grachtenpanden zijn een deel van ons cultuurbezit, maar ook de veel recentere bouwkunst behoort daartoe.

0 commentaren

ma

20

feb

2012

De levensfasen

Zelfportret Caspar David Friedrich Zelfportret Caspar David Friedrich

Anders dan je op het eerst gezicht zou denken zijn de schilderijen van de Romantische schilder Caspar David Friedrich niet alleen maar weergaven van mensen en landschappen. Er zit regelmatig een symbolische achtergrond achter. Dit is bijvoorbeeld het geval bij het schilderij met de genaamd ‘Die Lebensstufen’ of ‘De Levensfasen’ uit 1835. De titel verraad eigenlijk al wat er achter het schilderij zou kunnen steken. Op het werk zien we een aantal zeilschepen die naar de kust komen varen en op het strand zien we een aantal mensen, die variëren in leeftijd. Hier is dus sprake van meer dan een weergave van een werkelijke situatie.

De eerste figuur op het schilderij die opvalt is een oudere man die leunt op een wandelstok. Hij is, zoals we wel vaker bij Friedrich’s schilderijen gewend zijn, met de rug naar de toeschouwer gekeerd. Deze eerste figuur lijkt wel het begin van een keten die via de andere mensen vervolgens in de schepen wordt voortgezet. Ook typisch Friedrich is het prachtige vergezicht met een door de ondergaande zon gekleurde horizon. De volgende figuur die opvalt, is een jongere man die zich naar de oude man heeft toegedraaid. Hij ziet er sjiek uit en heeft een hoge hoed op.

Vervolgens zien we twee spelende kinderen en een jonge vrouw die zich met deze kinderen bemoeit. De kinderen houden een Zweeds vlaggetje omhoog. Dit detail verraad de plek waar deze scène gesitueerd is, namelijk in Pommeren bij de Oostzee dat aan het begin van de 19de eeuw in Zweedse handen was. Daar van uitgaande zou er sprake kunnen zijn van de drie kinderen van Caspar David Friedrich namelijk Adolph, Agnes en Emma. Friedrich is dan de oude man waarvan we de rug zien en de jonge man met de hond zou zijn neef kunnen zijn.

Echter symbolisch staan de mensen voor de verschillende levensfasen, namelijk kind, adolescent, (jong) volwassen en bejaard. Elk schip is bedoeld voor één van de mensen die zich op het strand bevinden. Als je tijd daar is en ‘je zonsondergang breekt aan’ dan stap je op het schip dat je meeneemt naar een ander wereld. Het schip van de oude man is al bijna gearriveerd, echter de schepen van de kinderen bevinden zich nog ver aan de horizon en voor hen duurt het nog lang voor ze op kunnen stappen. Het schilderij past typisch in de Romantische tijd waarbij fantasie, gevoel, verbeelding en verlangen belangrijke elementen zijn.

 

Die Lebensstufen, 1835, Museum der bildenden Künste Leipzig Die Lebensstufen, 1835, Museum der bildenden Künste Leipzig
0 commentaren

wo

15

feb

2012

Uit de gratie

Der Wandere über dem Nebelsee Der Wandere über dem Nebelsee

Hoe bejubelt en gewaardeerd de Romantische schilder Caspar David Friedrich (1774 – 1840) tijdens het begin van zijn carrière was, hoe tragische is het hoe zijn leven in vergetelheid eindigde.

Door ziekte en depressies ging hij aan het eind van zijn leven steeds teruggetrokkener leven en leek hij steeds meer een heremitische monnik die hij verschillende malen op zijn kunstwerken had uitgebeeld. Ondanks het feit dat Friedrich tijdens zijn leven enorm gewaardeerd werd, werd hij door het grote publiek als snel vergeten tot het eind van de 19de eeuw. Toen de Friedrichverzamelaar Georg Andreas Reimer in 1842 de schilderijen van Friedrich verkocht waren de prijzen die hij hier voor kreeg dramatisch laag.

Ook in de 20ste eeuw had het werk van Friedrich nog steeds geen grote belangstelling, maar er waren enige uitzonderingen. De surrealist Max Ernst had grote interesse voor Friedrich en andere schilders van de Romantische beweging. Het klinkt paradoxaal maar Ernst zag in zijn eigen werken overeenkomsten met werken van Caspar David Friedrich. Na de Tweede Wereldoorlog, om precies te zijn in 1959, organiseerde de Tate Gallery in Londen een overzichtstentoonstelling van de Romantische beweging en dit was de start voor de hernieuwde belangstelling voor het werk van Caspar David Friedrich.

Toen de Tate Gallery in 1972 nogmaals een grote overzichtstentoonstelling hield, die later ook in Dresden en Hamburg te zien was, was het hek van de dam en was er een eind gekomen aan de vergetelheid van Friedrich. Een enorm succes was, in de zomer van 2006, de grote overzichtstentoonstelling in het Folkwang Museum te Essen getiteld: "Caspar David Friedrich - Die Erfindung der Romantik". Er was een tachtigtal schilderijen en meer dan honderd tekeningen uit vele buitenlandse musea en particuliere collecties bijeengebracht.  

Waarom is Caspar David Friedrich en zijn werk dan nu juist weer zo populair?

Heeft het met zijn verheerlijking van de natuur de maken en dat juist het moderne bewustzijn om de natuur en het milieu te beschermen? Of is er sinds de jaren ’60 van de twintigste eeuw een soort romantische levenswijze á la Friedrich waarbij er een afkeer is van het materiele en een hang naar mystiek is? Dan is Caspar David Friedrich een soort 18de eeuwse hippie. Of heeft men in deze hypermoderne samenleving weer behoefte aan nostalgie en verlangen naar een ver verleden of naar mysterieuze oorden?

Ikzelf waardeer Friedrich enorm en mijn favourite werk van hem is Der Wanderer über dem Nebelsee uit 1818.  

 

0 commentaren

di

14

feb

2012

Valentijn

Vandaag is het een bijzonder dag, want het is Valentijnsdag. Personen die elkaar lief vinden geven elkaar heden cadeautjes, bloemen of sturen elkaar kaarten. Soms doet men dat anoniem. Dat laatste heb ik persoonlijk nooit zo begrepen; is de liefde dan een raadspelletje? Valentijnsdag komt eigenlijk overgewaaid uit Amerika (het zal weer eens niet) en pas in de laatste 15 jaar is het een enorm (commercieel) succes in Nederland geworden.

Sint Valentinus leefde in de Romeinse Oudheid, rond het jaar 270 na Christus. Hij is als martelaar gestorven en we weten eigenlijk voor de rest niet zo veel van hem. Waarschijnlijk waren er zelfs twee heiligen met deze zelfde naam. De ene was priester in Rome en de andere was bisschop in de Umbrische stad Terni. Beiden waren ergens in de 3de eeuw na Christus aan de marteldood gestorven. Was hij dan toch één en dezelfde persoon?

Volgens één van de heiligenverhalen kwam een jong stelletje naar Valentijn toe met het verzoek om hen te trouwen, echter de man was een heidense soldaat en de vrouw was Christelijk. Valentijn trouwde het koppel toch, want hij vond de liefde zwaarder wegen dan de Romeinse wetten die dit huwelijk niet toestond. Vanaf dat moment kwamen er meer paartjes met dit verzoek naar Valentijn en hij werd hiervoor gearresteerd. Valentijn werd voorgeleid voor Keizer Claudius II en hij probeerde zelfs de keizer te bekeren tot het Christendom. De Keizer voelde zich hierdoor zo beledigd dat hij Valentijn liet onthoofden op 14 februari (ergens rond het jaar 270 na Chr.). Voordat het vonnis werd uitgevoerd wist hij nog een briefje aan de dochter van de gevangenisbewaarder te geven waar op stond: ‘Van je Valentijn’.

Valentijn blijkt tijdens zijn leven ook verschillende andere bijzondere handelingen te hebben verricht, waaronder de doop van de heilige Lucilla. De heilige Valentinus is schutspatroon voor de zieken die soms vallen ofwel mensen met epilepsie. Om welke rede hij beschermheilige is voor mensen met de ‘vallende ziekte’ is mij nog onduidelijk, ergens las ik dat het was omdat mensen in zijn naam het woordje ‘vallen’ terug hoorde komen, maar dat lijkt mij wel erg gemakkelijk.

De relieken van Sint Valentijn bevinden zich in de Sint Valentinusbasiliek van Terni.  

 

We moeten de Valentijn van vandaag niet verwarren met één van de gelijknamige hoofdpersonen uit het blijspel ‘Two Gentlemen of Verona’ van William Shakespeare. Van dit toneelstuk uit de 16de eeuw heeft trouwens de preraphaelitische 19de eeuwse schilder William Holman Hunt een prachtig schilderij gemaakt.

De Heilige Valentijn is in 1969 van de Rooms-Katholieken Heiligenkalender verdwenen, dus het is geen christelijk feest meer en hij staat nu in de top tien van commerciële successen. Inmiddels belt de postbode bij mij aan met hele postzak met kaarten...

 

 

0 commentaren

za

11

feb

2012

Frans Hals een vrolijke drinker?

Zelfportret Frans Hals Zelfportret Frans Hals

Laatst was ik weer eens in het Rijksmuseum. Tijdens mijn wandeling door het museum stond ik opeens oog in oog met de Vrolijke Drinker van de beroemde 17de eeuwse schilder Frans Hals. Een jolige, dronken man met een glas in zijn hand, met vlotte penseelstreek geschilderd. Echt een werk dat je direct grijpt en waarbij je je ook afvraagt wie deze geportreteerde man is.

Frans Hals was één van de belangrijkste en waarschijnlijk duurste portretschilders in de Gouden Eeuw. Als je in die tijd een belangrijke regent met geld en aanzien was ging je naar Haarlem om je te laten vereeuwigen bij Hals. Waarom schildert Frans Hals dan die zatte, vrolijke, jolige drinker? Ach, zei iemand ooit tegen mij, Frans Hals had gewoon even niets te doen en het leek hem wel leuk om een nutteloze en laveloze cafébezoeker te schilderen. Denkt u dat deze dure schilder dat soort vruchteloze arbeid zou verrichten?

Jaren geleden zag ik in de Staatliche Museen in Kassel een soortgelijk portret en dit keer had de hilarische figuur zelfs een naam. Hij heette volgens het naambordje in het museum Peeckelhaering. Deze man had een soort harlekijnspak aan. Hij had geen glas in zijn hand zoals de Vrolijke Drinker uit het Rijksmuseum, maar een tinnen beker waaruit in de 17de eeuw bier gedronken werd. Had Hals weer een balorige bui toen hij deze zatte man schilderde?

Ik was in eerste instantie verbaast dat hij ook nog een beschonken vrouw genaamd Malle Babbe gemaakt had. Ze was trouwens helemaal niet blond, zoals Rob de Nijs ooit zong. Toen ik haar zag hangen in de Gemäldegalerie in Berlijn viel me ook de uil op haar schouder op. Symbolisch stond deze vogel dit keer niet voor wijsheid maar juist voor dwaasheid, want vogels, net als mensen, die 's nachts leven en overdag slapen zijn niet helemaal goed snik.

Wie had er nou zo veel geld voor over om zich op deze manier te laten schilderen? De geportretteerden wilden schijnbaar bewust er precies op deze manier uitzien en hadden daar best wel geld voor over. Wie wilde er dan als een soort nar uitgebeeld worden? Mij schoten op eens de kluchten van de toneelschrijver Bredero te binnen.

Bredero maakte in onze gloriedagen kluchten en blijspelen. De acteurs bij deze vrolijke toneelstukken waren grote bekenden in de 17de eeuw in Nederland. Echter men kende hen alleen in hun rol en waarschijnlijk niet in cognito, dus de komedianten als Peekelhaering en Malle Babbe lieten zich bewust en waarschijnlijk voor een aardig bedrag door Frans Hals als ‘personality' vereeuwigen. Nu weten we helaas niet meer wie deze acteurs waren. Je zou de geportretteerden eigenlijk met toneelfiguren uit onze tijd zoals John Lanting of Carry Tefsen alias Mien Dobbelsteen kunnen vergelijken. Op deze manier kijk ik toch weer heel anders naar de ‘Vrolijke Drinker'; Proost!

 

0 commentaren

vr

03

feb

2012

Blokken en grote mannen

Ulrich Rückriem Ulrich Rückriem

Duitsland heeft de afgelopen decennia een aantal belangrijke beeldhouwers voortgebracht. De eerste kunstenaar die ik wil noemen is Ulrich Rückriem (geb. 1938). Hij  begon zijn carrière als steenhouwer bij de restauratie van de dom in Keulen. Dit ‘ambachtelijke’ steenhouwen is zeer kenmerkend te zien in zijn monumentale imposante sculpturen die zeer opvallend zijn. Hij maakt met name grote abstracte sculpturen van graniet waarbij hij gebruik maakt van explosieven of grote zagen.

Het resultaat van zijn manier van werken is dat je uiteindelijk in het definitieve kunstwerk duidelijk de grondvorm van de originele steen blijft zien en ook de sporen van het werkproces, zoals bijvoorbeeld de gaten waar de explosieven zaten en de zaagranden. Door deze op ‘Minimal Art’ lijkende manier van werken kun je vrij snel zien dat je met een werk van Rückriem van doen hebt. Zijn sculpturen passen trouwens perfect in de openbare ruimten en zij sieren verschillende parken en tuinen in Duitsland en ook in andere landen op. Zo zijn voor sommigen van u redelijk dicht bij huis twee beelden van hem te vinden, in het Amsterdamse Bos. 

Sinds 1984 is Rückriem professor aan de Kunstakademie Düsseldorf en past hier in een rij van beroemde andere naoorlogse kunstenaars zoals Beuys en Immendorf.

 

Een jongere collega van Ruckiem is Thomas Schütte. Alhoewel Schütte een veelzijdig kunstenaar is, zijn met name zijn sculpturen het meest herkenbaar. Hij maakt grote figuren die nog het meest doen denken aan Michelin-mannetjes of science-fictionachtige wezens die net uit een ruimteschip zijn gestapt. Deze typerende sculpturen noemt Schütte ‘Grosse Geister’. Deze titel kun je op twee manieren vanuit het Duits in het Nederlands vertalen namelijk als ‘Grote Geesten’ of als ‘Grote Denkers’.

In verschillende Duitse musea heb ik de ‘Grosse Geister’ van Schütte afgetroffen, maar ook voor Schütte geldt dat ze buiten Duitsland aan te treffen zijn. Zo heeft het museum De Pont in Tilburg drie van dergelijke beelden. Deze beelden in Tilburg zijn van gepolijst aluminium. Regelmatig voert hij ze ook uit in cortenstaal, wat de sculpturen de kenmerkend bruine roestkleur geeft. Van zo’n laatste genoemde versie is een voorbeeld te zien in het Utrechtse Grifpark.

Rückriem en Schütte, twee bijzondere Duitse kunstenaars.

 

0 commentaren

do

02

feb

2012

Ontdekking van de Hemel

Harry Mulisch Harry Mulisch

Tijdens het hardlopen deze morgen moest ik denken aan allerlei gebeurtenissen die plaats vinden in mijn leven. Soms lijkt het wel of toeval niet bestaat en alles met een reden gebeurt. Dit is overiges het uitgangspunt van het beroemde boek ‘De Ontdekking van de Hemel’ van Harry Mulisch. Regelmatig heb ik in de afgelopen jaren over deze roman van onze vermaarde auteur verteld en ik stond stil bij de verschillende kunstwerken die hem hebben geïnspireerd tot deze gewaardeerde bestseller.

Kunstwerken zoals een 15de eeuws paneel getiteld ‘Het Arnolfini Huwelijksportret’ van de schilder Jan van Eyck tot de Reichstag in Berlijn komen in het boek ter sprake. Vooral de gravures van de Italiaanse kunstenaar Piranesi komen ruim aan bod in het boek; de kerkerachtige ruimtes staan model voor de hemel. En dan niet te vergeten de grote rol die de stad Rome speelt in de roman van Mulisch. Verschillende kunsthistorische hoogtepunten uit de ‘Eeuwige Stad’ worden belicht zoals het Pantheon, de boog van Titus en de beroemde sculptuur ‘Mozes’ van Michelangelo.

 

De Romeinse oudheid heeft mij, net als Mulisch, altijd enorm geboeid. Hoe was het mogelijk dat men 2000 jaar geleden zo'n enorm gebouw als het Patheon kon bouwen? Vooral de koepel is een staaltje vakmanschap. En daar zelfs een groot rond gat in te maken? Juist waar alle krachten van de koepel bouwtechnisch bij elkaar komen zit een grote ronde opening en daar komt een brede bundel van zonlicht naar binnen. Op verschillende momenten van de dag staat een ander altaar in ‘de schijnwerpers’.  Op die plekken stonden ooit heidense godenbeelden van onder andere Jupiter, Venus en Apollo die in het ‘zonnetje’ werden gezet.

 

Hier in dit Pantheon ontmoet de hoofdpersoon Quinten trouwens zijn vader, dit als belangrijk detail voor de kenners van ‘De Ontdekking van de Hemel’. Ook de genoemde boog van Titus mag eigenlijk in mijn column vandaag niet onbesproken blijven; echter dat zou weer een heel nieuw verhaal worden. Slechts als tipje van de sluier noem ik de twee reliëfplaten aan de binnenzijde van deze triomfboog, waar volgens het besproken boek van Mulisch de oplossing voor de vraag waar de twee stenen tafelen met de tien geboden zijn. In ieder geval zijn ‘Tien Geboden’ door Michelangelo uitgebeeld op een beeld van Mozes in een nabij gelegen kerk. Rome is zoals u kunt lezen, zeker een reis waard! Wellicht ga ik binnenkort weer eens met een klein gezelschap de prachtige, beroemde kunsthistorische hoogtepunten van deze bijzondere stad bekijken.

 

'Keek op de Week' over De Ontdekking van de Hemel en Harry Mulisch.

0 commentaren

wo

01

feb

2012

Het syndroom van Stendhal

Stendhal, pseudoniem van Henry Beyle Stendhal, pseudoniem van Henry Beyle

In het tweede jaar van mijn studie kunstgeschiedenis aan de Vrije Universiteit was het verplicht om enige weken op excursie te gaan naar een stad met enorm veel kunstschatten. Ik mocht een stad kiezen en ik koos voor Rome. Ik was 21 jaar, had nog niet zo veel reiservaring en had zelfs nog nooit gevlogen. Alhoewel het al half mei was, was het weer in Amsterdam fris en druilerig. Een vliegreis die voor mijn gevoel kort duurde bracht me met enkele medestudenten naar de luchthaven van de Eeuwige stad. Het vliegveld aldaar heette officieel ‘Leonardo da Vinci’ en dus op de luchthaven begon het al, je werd direct geconfronteerd met de grote namen uit de kunstgeschiedenis.

 

Het weer in Rome was aangenaam, zo niet paradijselijk. Ons hotel lag in het historische centrum om de hoek bij het schilderachtige plein ‘Campo dei Fiori’. We bezochten vele kunstschatten, die voor mij allemaal zeer indrukwekkend waren. Natuurlijk schoten bepaalde bezienswaardigheden eruit, zoals het Pantheon, het gebouw uit de Romeinse Oudheid dat er al bijna tweeduizend jaar stond. Het was imponerend, niet alleen vanwege de ouderdom maar ook vanwege de bouwkunst; het is een bouwwerk zonder ramen, met een platte koepel en een gat in het plafond! Door dat gat kwam een bundel zonlicht als een soort schijnwerper naar binnen. Ik stond er meer dan een uur naar te staren. Hoe had men dit zo lang geleden kunnen bouwen?

 

Ook de Sixtijnse Kapel met het beroemde plafond van Michelangelo was tijdloos en fenomenaal. Ik moet, al kijkend, op die plek uren vertoefd hebben. Wat een hoogtepunt uit de kunstgeschiedenis was dit. Op een gegeven moment, tijdens mijn verblijf in Rome, kon ik niet meer slapen, ik had geen trek meer en ik had zelf een raar gevoel in mijn buik. Was ik verliefd? Op Rome?

 

Jaren later begreep ik waar ik, in bescheiden mate, last van gehad moet hebben: Het was waarschijnlijk een (tijdelijke) aanval van het syndroom van Stendhal.  Stendhal was het pseudoniem van de Franse schrijver Henri Beyle. Hij had de bijnaam Stendhal ontleend aan de Duitse stad Stendhal, dat de geboorteplaats was van Johann Joachim Winckelmann (op deze man kom ik nog een keer terug), die hij zeer bewonderde. Stendhal had een tijd lang in die stad verbleven als soldaat van Napoleon. Tijdens een bezoek in 1817 aan Florence werd Stendhal zeer emotioneel aangegrepen door de kunst en de schoonheid van de Italiaanse stad. Stendhal heeft deze situatie gedetailleerd beschreven; door de overrompeling van de kunst kreeg hij lichamelijke verschijnselen als een versnelde hartslag, duizeligheid, verwarring en flauwvallen. Later werd dit verschijnsel het Syndroom van Stendhal genoemd. Had ik hier uiteindelijk in mindere mate last van gehad toen ik tijdens mijn studie in Rome was? Als dit het geval is geweest, dan heb ik deze ‘tijdelijke ziekte’ goed doorstaan. Ik waarschuw mensen trouwens wel altijd kunst met mate te bewonderen, want stel je voor…..

 

0 commentaren